Languages
Quiz
Practice Cards
🎙️ Pronunciation
📱 Install App
English
English
Arabic
Chinese
French
German
Hindi
Persian
Portuguese
Russian
Spanish
🌙
🔑 Sign In
📝 Register
← Back
Negation & Questions
Niet vs geen, question words, word order in questions and negation
Niet — ontkenning van werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
Niet — negation of verbs and adjectives
niet
Ik werk niet. Het is niet groot. — niet after verb
Geen — ontkenning van zelfstandige naamwoorden
Geen — negation of nouns
khane
Ik heb geen tijd. Ik zie geen hond. — geen replaces een/no article
Niet vs geen: wanneer welke?
Niet vs geen: when to use which?
geen = no/not a; niet = not (verb/adj)
geen before noun; niet before verb, adjective, adverb
Nooit / niemand / niets / nergens
Never / nobody / nothing / nowhere
nooit, NEE-mant, neets, NER-khəns
Negative indefinites — no double negation needed
Vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer
Question words: who, what, where, when
vee, vat, vaar, VAN-eer
Question word → verb → subject order
Waarom / hoe / welke / hoeveel
Why / how / which / how many
VAA-rom, hoo, VEL-kuh, HOO-veel
More question words with verb-second order
Ja/nee vraag: inversie
Yes/no question: inversion
Werk jij hier? Heb jij tijd?
Invert subject and verb for yes/no questions
Bevestigend antwoord: ja + herhaling werkwoord
Affirmative answer: yes + verb repetition
Ja, dat klopt. / Ja, ik werk hier.
Simple affirmative answers in Dutch
Ontkennend antwoord: nee + niet/geen
Negative answer: no + niet/geen
Nee, ik werk hier niet. / Nee, ik heb geen tijd.
Negative answers using niet or geen
Toch / wel — tegenstelling en bevestiging
Toch / wel — contradiction and confirmation
toch, vel
Toch = but/yet/still; wel = emphasis/confirmation: Ik doe het wel!