Languages
Quiz
Practice Cards
🎙️ Pronunciation
📱 Install App
English
English
Arabic
Chinese
French
German
Hindi
Persian
Portuguese
Russian
Spanish
🌙
🔑 Sign In
📝 Register
← Back
Past Tenses: Preterite & Perfect
Weak and strong verbs in simple past, present perfect with hebben/zijn
Voltooid deelwoord: ge- + stam + -d/-t
Past participle: ge- + stem + -d/-t
ge- + stem + d/t
werken→gewerkt; leven→geleefd; 't kofschip rule for -d vs -t
Voltooide tijd met hebben: ik heb gewerkt
Present perfect with hebben: I have worked
ik heb gewerkt, jij hebt gewerkt, hij heeft gewerkt
hebben + past participle for most verbs
Voltooide tijd met zijn: ik ben gegaan
Present perfect with zijn: I have gone
ik ben gegaan, jij bent gekomen, hij is geweest
zijn + past participle for motion/change of state verbs
Hebben of zijn? — de regel
Hebben or zijn? — the rule
movement to new location + no object = zijn
gaan, komen, rijden, lopen, vallen, worden, blijven → zijn
Onregelmatige deelwoorden: gedaan, gezien, geweest
Irregular past participles: done, seen, been
gedaan, gezien, geweest, gegaan, gekomen, genomen
Strong/irregular verbs have unpredictable past participles
Verleden tijd van zwakke werkwoorden: -te/-de
Simple past of weak verbs: -te/-de
werkte, leefde, speelde
't kofschip: if stem ends in t/k/f/s/ch/p → -te; else → -de
Verleden tijd van zijn: was/waren
Simple past of zijn: was/were
ik was, jij was, hij was, wij waren, jullie waren, zij waren
zijn → was (sg) / waren (pl)
Verleden tijd van hebben: had/hadden
Simple past of hebben: had
ik had, jij had, hij had, wij hadden
hebben → had (sg) / hadden (pl)
Sterke werkwoorden: rijden→reed, schrijven→schreef
Strong verbs: drive→drove, write→wrote
rijden/reed, schrijven/schreef, lopen/liep, zien/zag
Strong verbs change vowel in simple past (ablaut)
Wanneer gebruik je VT vs OVT?
When to use perfect vs simple past?
perfect vs simple past
Perfect (hebben/zijn+PP) = standard; simple past = formal/literary