Languages
Quiz
Practice Cards
🎙️ Pronunciation
📱 Install App
English
English
Arabic
Chinese
French
German
Hindi
Persian
Portuguese
Russian
Spanish
🌙
🔑 Sign In
📝 Register
← Back
Nouns, Articles & Gender
De/het articles, common/neuter gender, plurals and diminutives
De-woorden: mannelijk en vrouwelijk samengevoegd
De-words: masculine and feminine merged
de man, de vrouw, de boom, de stad
Dutch merged m/f into 'common gender' — both use de
Het-woorden herkennen: -je, -ment, -sel, -um
Recognising het-words: -je, -ment, -sel, -um
het huisje, het moment, het baksel, het museum
Suffixes that signal neuter gender
Aanwijzende voornaamwoorden: deze/die en dit/dat
Demonstrative pronouns: these/those and this/that
deze (de-word near), die (de-word far), dit (het-word near), dat (het-word far)
deze/dit = near; die/dat = far; deze/die for de-words, dit/dat for het-words
Bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, haar
Possessive pronouns: my, your, his, her
mijn, jouw/je, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun/ze
ons before het-words; onze before de-words
Ons vs onze: het-woord vs de-woord bezit
Ons vs onze: het-word vs de-word possession
ons huis (het) vs onze tafel (de)
ons + het-word; onze + de-word
Onbepaald voornaamwoord: iemand, niemand, iets, niets
Indefinite pronouns: someone, nobody, something, nothing
EE-mant, NEE-mant, eets, neets
Common indefinite pronouns
Meervoud -eren: kind→kinderen, ei→eieren
Plural -eren: child→children, egg→eggs
-eren plural
A small set of nouns uses -eren: kind, ei, been, lied
Meervoud met klinkerverandering: stad→steden
Plural with vowel change: city→cities
stad→steden, lid→leden, dag→dagen
Long vowel in open syllable: stad→ste-den
Samenstellingen: fiets + pad = fietspad
Compound nouns: bike + path = bike path
fietspad, schoolplein, treinstation
Dutch loves compound nouns — gender = last element's gender
Verkleinwoord meervoud: -jes
Diminutive plural: -jes
huisje→huisjes, boekje→boekjes
Diminutive plural always -jes