← Back

Nouns, Articles & Gender

De/het articles, common/neuter gender, plurals and diminutives
Partitieve constructies: een stuk, een deel, een beetje
Partitive constructions: a piece, a part, a little
een stuk taart, een deel van, een beetje zout
Partitive expressions for portions of mass nouns
Abstracte zelfstandige naamwoorden: -heid, -nis, -schap
Abstract noun suffixes: -heid, -nis, -schap
vrijheid, kennis, vriendschap, wetenschap
Productive suffixes forming abstract nouns
Afleidingen: -ing, -er, -aar, -ist
Derivational suffixes: -ing, -er, -aar, -ist
vergadering, werker, visser, journalist
Agent and process nouns
Samengestelde zelfstandige naamwoorden: genus bepaling
Compound nouns: determining gender
het fietspad (het because pad=het), de fietser (de)
Compound gender = gender of final (head) element
Eponiem en metonymie in NL
Eponyms and metonymy in Dutch
een doosje → een doosje chocola
Container for content metonymy common in Dutch
Leenwoorden: geslacht en meervoud
Loanwords: gender and plural
de computer→computers, het park→parken
English loanwords usually de; plural often -s
Collectiva: het volk, de bevolking, de jeugd
Collective nouns: the people, the population, the youth
het volk, de bevolking, de jeugd, de politie
Collective nouns + singular verb in standard Dutch
Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden: houten, gouden
Material adjectives: wooden, golden
een houten tafel, een gouden ring, een stenen muur
Adjective + -en for material adjectives from nouns
Woordvorming met voor-, achter-, samen-
Word formation with voor-, achter-, samen-
voorbereiding, achterkant, samenwerking
Productive prefixes in Dutch word formation
Nominaliseringen van adjectieven: het goede, het mooie
Nominalisations of adjectives: the good, the beautiful
het goede in de mens, het ware, het schone
Neuter article + adjective = abstract philosophical noun