Languages
Quiz
Practice Cards
🎙️ Pronunciation
📱 Install App
English
English
Arabic
Chinese
French
German
Hindi
Persian
Portuguese
Russian
Spanish
🌙
🔑 Sign In
📝 Register
← Back
Numbers, Time & Dates
Cardinal and ordinal numbers, telling time, days, months and date expressions
Tijdsbepalingen: gisteren, eergisteren, overmorgen
Time expressions: yesterday, day before, day after tomorrow
gisteren, eergisteren, morgen, overmorgen, vandaag
Basic time reference adverbs
Frequentieuitdrukkingen: een keer per week, dagelijks
Frequency expressions: once a week, daily
een keer per dag, wekelijks, maandelijks, jaarlijks
Frequency with per or -s/-elijks suffix
Duurzinsconstructies: al…lang, al drie jaar
Duration constructions: already…long, already three years
Ik woon hier al drie jaar. Al lang.
al + duration for continuous situation up to now
Toekomst: zullen vs gaan vs tegenwoordige tijd
Future: zullen vs gaan vs present tense
Ik zal bellen. Ik ga bellen. Ik bel morgen.
Three ways to express future — different nuances
Verleden: verschil VTT en OVT in praktijk
Past: difference perfect and simple past in practice
Ik heb gewerkt (default NL) vs Ik werkte (literary/formal)
In spoken Dutch, perfect is default past tense
Tijdsvoegwoorden: terwijl, toen, zodra, nadat, voordat
Time conjunctions: while, when (past), as soon as, after, before
terwijl, toen, zodra, nadat, voordat → verb to end
All temporal subordinating conjunctions send verb to end
Nadat + voltooid verleden tijd
Nadat + past perfect
Nadat hij had gegeten, ging hij slapen.
nadat clause requires past perfect if main clause is simple past
Zodra vs wanneer: as soon as vs when
Zodra vs wanneer: as soon as vs when
Zodra hij arriveert, begin ik. / Wanneer hij arriveert…
zodra = immediate; wanneer = general when
Historisch presens in vertellingen
Historical present in storytelling
En dan loopt hij naar buiten en ziet hij haar.
Present tense for dramatic past narration
Aspectuele betekenis van begonnen zijn, klaar zijn
Aspectual meaning of begun, finished
Ik ben begonnen te lezen. Ik ben klaar met lezen.
Phasal expressions: beginning and completion of action